Belangrijke steun voor statiegeld en recycling

Vier afvalmoties door Tweede Kamer aangenomen

De manier waarop “producentenverantwoordelijkheid” in de praktijk wordt gebracht heeft in de Tweede Kamer aanleiding gegeven tot stevige discussies. Centraal stond hierbij de gang van zaken rond het verpakkingsafval en het afval van elektrische apparaten. Daarnaast ging de aandacht onder andere uit naar de moeilijke positie van de recycling, nu veel  afvalverbranders hun tarieven fors hebben verlaagd en in belangrijke mate worden gesteund met een R1-status.

Uiteindelijk werd op 8 april gestemd over vijf afvalmoties: drie over verpakkingsafval, één over de verwijderingsbijdrage voor elektrische apparaten en één over het aantrekkelijker maken van materiaalhergebruik.

Verpakkingsafval kreeg daarmee -weer- de meeste aandacht, aangevuurd door de studies van Recycling Netwerk die laten zien dat de resultaten van de kunststofinzameling sterk te wensen overlaten. Daarbij komen forse twijfels aan de voor dit jaar te verwachten resultaten: wordt de voorgenomen 38% kunststofrecycling gerealiseerd?

Dezelfde vijf partijen die december 2006 de motie Samson c.s. steunden en daarmee de regering verzochten om de invoering van statiegeld - weer - mee te nemen in de discussie met de producenten van verpakkingen steunden nu weer een motie pro-statiegeld.

Met de motie Boelhouwer c.s. wordt de regering verzocht “om een verplichting tot statiegeld op alle kunststof drankverpakkingen in te stellen” indien dit jaar de doelstelling voor materiaalhergebruik van kunststof verpakkingen (38%) niet wordt gehaald. PvdA, ChristenUnie, GroenLinks, SP en PvdD hebben gezamenlijk nog steeds de meerderheid en de statiegeldmotie werd dus aangenomen.

Dezelfde partijen steunden eveneens een motie waarin de regering werd verzocht om maatregelen te nemen die voorkomen “dat gemeenten geen uitvoering geven aan het gescheiden inzamelen van kunststof verpakkingsmateriaal”. Aangevuld met de SGP werd daarmee door een iets grotere meerderheid gekozen voor een minder soepele houding dan eerder -tijdens het Algemeen Overleg- door de minister was toegezegd.

De derde verpakkingenmotie, waarin werd verzocht om “de verpakkingenbelasting te schrappen omdat veel gemeenten de afvalstoffenheffing niet verlagen”, kreeg alleen de steun van de indieners (VVD) en het lid Verdonk en werd dus verworpen.

Daartegenover werd de motie Poppe c.s. met algemene stemmen aangenomen. Daarmee werd de regering verzocht “met de producentenorganisaties en het NVMP overeen te komen om de verwijderingsbijdrage per direct op nul te stellen”. Poppe’s betoog dat het verwijderingfonds met ruim 220 miljoen euro vol genoeg zat, mede gezien de waarde van de ingezamelde metalen, was duidelijk aangeslagen.

Tot slot werd ook de motie Vendrik aangenomen, na een vriendelijke uitleg van deze ‘laatste Vendrik motie’ door minister Huizinga. Zij gaat hiermee aan de slag om - naar eigen inzicht - “maatregelen te nemen die het hergebruik van materiaal aantrekkelijker maakt dan verbranding ervan in AVI’s met of zonder een R1-status”. Ook deze motie werd aangenomen met de steun van dezelfde vijf partijen.