Verplichtingen t.a.v. inzamelingVoor de inzameling van kunststof verpakkingen (c.q. verpakkingsafval) gelden zowel kwalitatieve als kwantitatieve verplichtingen, vanwege de Wet Milieubeheer, het Verpakkingenbesluit en de Raamovereenkomst Verpakkingen.
Verplichtingen krachtens de Wet MilieubeheerDe huidige verplichtingen krachtens de Wet Milieubeheer behelzen voor wat betreft kunststofafval van huishoudens de algemene (kwalitatieve) verplichting voor gemeenten om ervoor te zorgen dat ten minste eenmaal per week bij elk perceel de huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld. En er moeten door gemeenten regels worden gesteld voor die inzameling en voor het voorkómen en opruimen van zwerfafval.
Verplichtingen krachtens het huidige VerpakkingenbesluitHet huidige Verpakkingenbesluit bevat zowel verplichtingen voor recycling als voor inzameling ten behoeve van recycling. Het besluit geeft geen sturing aan de wijze van inzameling. De verplichtingen gelden in beginsel voor iedere individuele producent en importeur; uitsluitend bij een effectieve collectieve aanpak kan een individueel bedrijf niet worden gehouden aan zijn individuele verplichting. Aan de eis tot een bepaald percentage inzameling of recycling moet dan door alle bedrijven gezamenlijk zijn voldaan. Een bepaalde hoeveelheid recycling vereist een bepaalde hoeveelheid inzameling. Van recyclingverplichtingen kunnen dus inzamelverplichtingen worden afgeleid. Wat betreft de inzameling van kunststof verpakkingen gelden daarmee krachtens het huidige Verpakkingenbesluit de volgende verplichtingen:
Verplichtingen krachtens de Raamovereenkomst VerpakkingenIn de Raamovereenkomst Verpakkingen heeft de Minister van VROM afgesproken dat inzamelverplichtingen uit het Verpakkingenbesluit zullen komen te vervallen en dat de recyclingverplichting voor kunststof verpakkingen wordt verhoogd. Dit overigens wel met de kanttekening dat alle partijen gebonden blijven aan hun verplichtingen van het Verpakkingenbesluit. Dit zou kunnen betekenen dat vooralsnog bedrijven verplicht blijven om in te zamelen en de Minister verplicht blijft te handhaven (al gebeurt dat niet – zie 7a).
Het zal duidelijk zijn dat een doelstelling van 38% of 42% kunststofrecycling niet één, twee, drie gerealiseerd is. Bedacht moet worden dat al sinds de jaren negentig keer op keer moet worden geconstateerd dat het niet is gelukt om de eerst in convenanten afgesproken en later bij Verpakkingenbesluit verplichte 27% kunststofrecycling te realiseren. De VMK, die de kunststofverpakkingen sector vertegenwoordigt, stelt op haar website dat sprake is van “ambitieuze, weinig realistische doelstellingen”; in wezen distantieert zij zich dus van de raamovereenkomst. De VMK tekent hierbij aan dat de recycling bij bedrijven mogelijk kan worden opgevoerd, maar dat een groot deel van de beoogde stijging van het recyclingpercentage zal moeten komen van kunststofverpakkingen van huishoudens. Wat betreft de benodigde inzameling van kunststof verpakkingen leidt de VMK de inzamelverplichting af uit de recyclingeisen:
|





