Verplichtingen t.a.v. recycling

Uiterlijk in 2012 moet in EU-landen minimaal 22,5% van al het kunststof verpakkingsafval worden hergebruikt. Nederland zit nu al ongeveer op dat niveau en heeft in het huidige Verpakkingenbesluit een verplichting voor producenten en importeurs opgenomen die 27% recycling vraagt voor alle kunststof verpakkingen met uitzondering van drankverpakkingen. Voor drankverpakkingen geldt een hogere inzamelverplichting, met eenzelfde recyclingverplichting (55% en 95%).

Hierbij moet worden bedacht dat ook de recyclingverplichting weliswaar in beginsel geldt voor individuele producenten en importeurs, maar dat individuele bedrijven niet zullen worden gehouden aan die individuele verplichting wanneer de collectieve aanpak voldoende resultaat oplevert.

De toelichting op artikel 6.2. van het Besluit stelt dat heel expliciet:

Verpakkingenbesluit – Toelichting op artikel 6.2

In geval producenten en importeurs ervoor kiezen collectief uitvoering te geven aan de verplichtingen van dit besluit, zal de handhaving worden gericht op de naleving van dit besluit door het collectief. Zolang het collectief als totaal de in dit besluit beschreven doelstellingen behaalt, zal de handhaving niet worden gericht op de individuele deelnemers. Indien het collectief deze doelstellingen niet haalt, zal de handhaving zich uiteraard wel weer richten op de individuele deelnemers en dan met name op die deelnemers die de voor hen geldende doelstelling niet halen

Kunststof verpakkingen worden gebruikt en afgedankt door huishoudens, maar ook door bijvoorbeeld horecabedrijven, kantoren, productiebedrijven, winkels, distributiecentra en bouwbedrijven. Het afval van kunststof verpakkingen is dan ook te vinden in veel verschillende afvalstromen, zoals huishoudelijk afval, kantineafval, bouw- en sloopafval, ziekenhuisafval en allerlei stromen bedrijfsafval. De mate van recycling die bij deze afvalstromen wordt gerealiseerd verschilt sterk.

Daarmee wordt duidelijk, dat een collectieve aanpak een wissel trekt op de bedrijfssectoren die relatief goede resultaten boeken. Juist bij kunststof verpakkingsafval is sprake van extreem grote verschillen tussen de recyclingpercentages voor de ene en de andere verpakking. Over het algemeen kennen bijvoorbeeld industriële kunststofverpakkingen en transportverpakkingen recyclingpercentages van 60% of meer, terwijl van de in huishoudens gebruikte kunststofverpakkingen gemiddeld slechts 1% wordt gerecycled (afgezien van statiegeldverpakkingen die tussen de 95% en 100% recycling zitten).

Een dergelijke scheve situatie kan niet blijven bestaan als het laaghangend fruit is geplukt en de sectoren die het al relatief goed doen worden geconfronteerd met veel inspanningen en hoge kosten voor het realiseren van meer recycling.

Verplichtingen krachtens het nieuwe Ontwerpbesluit Verpakkingen

Kort voor het zomerreces (op 29 juni 2009) is aan de Tweede Kamer toegestuurd het “Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit beheer verpakkingen en papier en karton”. Najaar 2009 wordt een reactie van de Tweede Kamer verwacht. Wat betreft kunststof verpakkingen voor zowel dranken als andere producten is in dit ontwerpbesluit geen inzamelverplichting opgenomen maar een integrale, hogere recyclingverplichting van 38% vanaf 2010 en 42% vanaf 2012.

Deze wijziging was al overeengekomen in de Raamovereenkomst Verpakkingen, zij het dat daar de 38% al in 2009 zou ingaan. Voor 2009 is later een recyclingpercentage van 32% overeengekomen.

Het realiseren van 38% en 42% echte recycling van kunststofverpakkingen vergt op korte termijn een enorme prestatie. Geen van de ons omringende landen, die wereldwijd nog wel tot de koplopers behoren, haalt dergelijke recyclingpercentages, terwijl men daar al meer dan tien jaar bezig is met een stap-voor-stap verbeterproces.

De VMK, die de kunststofverpakkingensector vertegenwoordigt, berekende dat slechts kan worden voldaan aan de nieuw afgesproken recyclingverplichtingen als de recycling van kunststof verpakkingen uit huishoudens van de huidige 1% naar 30-35% wordt getrokken. Dat vergt een inzamelrespons in geheel Nederland die vier keer zo hoog is als gemiddeld werd gerealiseerd tijdens de pilots van vorig jaar en 100% rendement bij de daarna volgende sortering en recycling.

Tegen die achtergrond neemt de VMK scherp afstand van de 38% en 42% recyclingverplichting, die zij betitelt als “ambitieuze, weinig realistische doelstellingen”.