Speech Kees Plug1 oktober 2009
Ik spreek u hier vandaag toe namens de rijksoverheid, die een centrale rol heeft in het afvalbeheerbeleid. Om te kunnen slagen in een goed afvalbeheer liggen belangrijke verantwoordelijkheden bij gemeenten, provincies en bedrijfsleven. Gemeenten en provincies hebben taken die gericht zijn op afvalscheiding, preventie, vergunningverlening en handhaving. Ook de producenten hebben belangrijke rol gekregen bij bijvoorbeeld de verwerking en financiering. Daarom is het belangrijk dat er bijeenkomsten zoals deze georganiseerd worden om elkaar op de hoogte de houden van de ontwikkelingen, kennis uit te wisselen en ervaringen te delen. Daarom ben ik ook blij om vandaag hier te zijn en u mee te kunnen nemen in de wereld van het afvalbeheerbeleid. Daarmee zal ik kort uitleggen waarom wij als rijksoverheid gescheiden inzameling belangrijk vinden en wat onze motivatie is. Mede omdat niet iedereen overtuigd is van de noodzaak tot gescheiden inzameling en de milieuwinst daarvan. Voor het vormgeven van het afvalbeheer in Nederland en het beleid daarvoor hebben we allereerst te maken met de Wet milieubeheer en de Europese wetgeving, de kaderrichtlijn Afvalstoffen. Daarin is een voorkeursvolgorde opgenomen voor het Afvalbeheer. Deze houdt kort gezegd in dat preventie, het voorkomen van het ontstaan van afval, en materiaalhergebruik voor ons boven verbranding staan. Met deze voorkeursvolgorde voor afvalbeer wordt er namelijk bijgedragen aan het duurzaam omgaan met natuurlijke hulpbronnen en schaarse grondstoffen. Voor bijvoorbeeld verpakkingsafval worden ons bovendien minimaal te halen recyclingdoelstellingen voorgeschreven vanuit Europa. Uit de doelstellingen van het Landelijk Afvalbeheerplan, komt deze voorkeursvolgorde ook naar voren. In 2015 60% nuttige toepassing van het huishoudelijk afval en 85% nuttige toepassing van de totale hoeveelheid afval in Nederland. De ambitie van de politiek is ook duidelijk. Toen het voorstel voor het tweede LAP werd besproken in de Tweede Kamer werd aan minister Cramer gevraagd om nog voor 2015 materiaal hergebruik als minimum standaard voor alle huishoudelijk afval te laten gelden. Omdat er altijd nog een restfractie is, is het niet uitvoerbaar om deze minimum standaard over te nemen, maar de gescheiden inzameling van grote delen van het huishoudelijk afval gebeurt met het oog op materiaal hergebruik. In wezen is materiaalhergebruik dus al zo goed als de minimumstandaard. In de afgelopen decennia is met afvalstoffenbeleid, met name gericht op de eindfase van materiaalketens, veel milieuwinst geboekt. Toch is een verdere vermindering van de milieudruk nog wel nodig. De milieudruk is nu nog te hoog om te spreken van een duurzame samenleving. De meest effectieve stappen in de richting van een duurzaam en zuinig materiaalgebruik zijn te realiseren wanneer deze plaatsvinden vanuit het perspectief van de hele keten. Met een ketenaanpak in het afvalbeleid wordt een verdere vermindering van de milieudruk door afval beoogd. Dat is dan ook de richting waarin het afvalstoffenbeleid zich zal moeten en gaat ontwikkelen. Maar ketengericht afvalbeleid vergt een omslag in het denken. Afvalscheiding kost moeite, nuttige toepassing is meestal duurder dan storten en het beperken van de emissies van verwerkingsinrichtingen is vaak kostbaar. Het zijn maar een paar voorbeelden die duidelijk maken dat er instrumenten moeten worden ingezet om de voorkeursvolgorde bij het beheer van afvalstoffen te realiseren. Het gescheiden inzamelen en recyclen is daarmee onderdeel van de ketenaanpak. De instrumenten die kunnen worden ingezet om de milieudoelstellingen op het gebied van afvalbeheer te halen, bestrijken overigens een breed gebied. Doorgaans maken we een onderscheid tussen vier groepen van instrumenten: communicatie, financiële instrumenten, stimulerende instrumenten en regulerende instrumenten. Producentenverantwoordelijkheid zoals we die bijvoorbeeld voor verpakkingsafval kennen, is een van de instrumenten die ingezet wordt voor het slagen van deze aanpak. Producentenverantwoordelijkheid houdt in dat producenten en importeurs een (mede)verantwoordelijkheid dragen voor het beheer van hun producten in het afvalstadium, inclusief de financiering daarvan. Bovendien moeten zij recyclingsdoelstellingen halen. Dames en heren, Wij bieden als rijksoverheid met instrumenten handvatten om de nationale en internationale ambities en verplichtingen te kunnen behalen en daarmee een bijdrage te leveren aan het verminderen van de milieudruk in de hele keten. Ik dank u voor uw aandacht. |






Dames en heren,