|
De heer De Vries, van De Vries Recycling "Over cowboys in oud papierland en de komst van VAOP"Onze branche - de bedrijven werkzaam in oud papierland - kreeg te maken met een crisis. De opbrengsten van onze grondstof, oud papier, zakten naar nul. De recyclingbedrijven waren in een keer hun omzet kwijt; paniek alom, want je hebt wel tweehonderd werknemers die doorbetaald moeten worden! Gemeentes gaven subsidie aan verenigingen die het oud papier ophaalden. Die subsidie moest in een keer worden verdrievoudigd, omdat de afnemers niks meer overhadden voor oud papier en de prijs dicteerden. De ene afnemer deed het netjes, de ander deed het met een grove pen en er werd misbruik van gemaakt. Toen kwam de VAOP; enkele mensen uit oud-papierland kwamen op het idee om zoveel mogelijk oud papier te bundelen. En om de oud-papierbedrijven die contacten hadden met de gemeentes onder een eenduidig contract te brengen. De VAOP ging dat organiseren en uitrekenen wat ieder recyclingbedrijf redelijkerwijze mocht rekenen. Zowel voor het inzamelen als voor het verwerken. Toen al die tonnages van de bedrijven werden samengebundeld, kon die nieuwe organisatie dat gebundeld verkopen, waardoor je betere verkoopprijzen kon bedingen. Ook al omdat papier op dat moment wereldhandel was geworden. Papier ging behalve naar Duitsland, ook naar India, China, Frankrijk, noem maar op. Veel gemeentes waren heel blij; de ambtenaren die het soms ook niet meer wisten, zeiden: ‘Nu hebben we eindelijk een anker waar we ons aan vast kunnen houden en waar we onze informatie vandaan kunnen halen.' Gemeenten konden nu tegenwicht bieden aan bedrijven die misbruik maakten van de situatie, die je eigenlijk voor het blok zetten. Ik kreeg er als algemeen directeur van ‘De Vries Recycling' ook mee te maken. Ik vond dit eigenlijk een aanval op ons bestaan. Want voor mijn gevoel werd onze zelfstandigheid hiermee op losse schroeven gezet; werden we in feite geen contractpartner van een organisatie waar wij zelf geen grip meer op hadden? En ja, het cowboygevoel raakte daarmee natuurlijk wel even weg. Dus in het begin heb ik ook meegedaan aan het met man en macht tegenwerken van de VAOP. Maar alras kwam ik erachter wat de achterliggende reden was en ik maakte zelf onderdeel uit van die reden. Weliswaar maakten wij geen misbruik - al zeg ik het zelf - maar ik zag om me heen wel heel rare dingen gebeuren. Hierdoor waren er gemeentes die ons gingen bellen, die vroegen: ‘Hoe moeten we daarmee omgaan?' Ik kon daar niks aan doen, want vaak waren die gemeentes te ver van ons vandaan gelegen en wij moesten het doen in onze eigen regio. De eerste contractpartner van de VAOP werd de gemeente Alkmaar; dat was het eerste product in de etalage. Op dat moment was Alkmaar ook een van onze grootste klanten. De toenmalige leiding van de VAOP zei ons toen: ‘nou okay, als jullie met ons mee willen doen, kunnen wij ervoor zorgen dat jullie voorkeur krijgen wanneer wij een verwerker voor een gemeente zoeken.' Wij zeiden toen tegen onszelf: ‘Okay, if you can't beat them, join them.' Of in goed Nederlands: ‘Als je de vijand niet te pakken kan krijgen, moet je in z'n bed gaan liggen!' Dat heeft goed gewerkt. Vanaf dag 1 zijn we gaan wennen aan het nieuwe concept, maar ook aan het regime wat daaraan ten grondslag lag. Het is gaan groeien en doorgegaan. Achteraf terugkijkend, zie ik dat onze branche zich toen - na een soort van sanering - goed heeft gereorganiseerd. En beter functioneert dan voor die tijd. Een voorbeeld: toen is de FNOI ontstaan: de Federatie van Nederlandse Oud Papier Industrie. Dat is nu ook een gesprekspartner van de politiek. En in die organisatie zitten nu in principe alle bedrijven die het van belang vonden om daar lid van te zijn. Om je als vertegenwoordigend orgaan richting de politiek te presenteren, ook als het gaat om het zuiveren van je naam als branche. De VAOP heeft uiteindelijk een rekensom gemaakt over wat het ophalen en verwerken van oud papier mag kosten en wat redelijke tarieven zijn voor afvoer naar fabrieken. Daar rolden cijfers uit en dan krijg je een discussie, maar die discussie was dan in ieder geval gebaseerd op feiten. En niet zomaar op basis van losse-vingerwerk wat roepen. Dat heeft er voor gezorgd dat bedrijven zijn gaan automatiseren en efficiënter zijn gaan werken. Er zijn sorteermachines uit Amerika geïmporteerd. Die zijn weer geperfectioneerd door een aantal bedrijven, zoals ook het onze. Dit leidde tot een vermindering van de verwerkingskosten met 30 a 40%. De energiekosten zijn teruggedrongen door oud papier niet meer geperst in te kopen, maar los gestort. Er zijn innovaties gekomen als een ‘walking floor'. Dat hele circuit is ondertussen wel uitgebalanceerd en werkt perfect. Voorts is een contract afgesloten door de directie van VAOP, mijnheer Van der Veen in dit geval. Ik durf te zeggen dat geen een groot oud-papierbedrijf in staat was geweest om zo'n zelfde contract af te sluiten, maar hij heeft het wel gepresteerd. Dit alles bij elkaar heeft er dus voor gezorgd dat de oud papierbedrijven werken zoals ze nu draaien in Nederland. Dat resulteert in het grootste percentage aan inzameling en een efficiënt draaiende machine. Nu, in een tijd van crisis, blijft de fabriek waarmee een contract is afgesloten, gewoon door afnemen. We worden niet voor het blok gezet. Wij als verwerkers weten dat de afnemer - VAOP - betrouwbaar is. Wij krijgen altijd ons geld; daar kunnen we op rekenen en vervolgens is iedereen weer blij. Toen kwamen er vragen van de commissarissen: kunnen we dan ook niet zoiets tot stand brengen als het gaat om het verwerken van huishoudelijk plastic? Dat is eigenlijk de reden waarom dit congres er nu is. ‘Natuurlijk kan dat wel!', zeg ik dan. VAOP begint met het bundelen van al die kunststof tonnages en gaat overleggen met de praktijkmensen; de verwerkers. Daarna kan ze de gemeentes adviseren over hoe je het moet doen en wat het mag kosten. Ik ben er zelf van overtuigd dat wanneer dit grote aanbod eenmaal tot stand is gebracht, de industrie zich daarop gaat aanpassen. Met de zekerheid van een bepaald tonnage, kunnen we onze ontwikkelingsafdelingen aan het werk zetten; welke producten en innovaties zijn mogelijk? Mijn stelling is: wanneer je zorgt voor een verzekerd aanbod, gaat de industrie oplossingen zoeken. In principe kun je van kunststof 100% recyclen, als het maar voldoende gezuiverd is. Er wordt nu - schat ik - maar dertig % gerecycled. En dat is voornamelijk industrieel afval omdat dat mono stromen zijn; dat komt al uit de productielijn vandaan. Van het huishoudelijk plastic wordt minder dan 10% opnieuw gebruikt! En ik denk dan: ‘VAOP, er is een rol voor jullie weggelegd!' En de overheid heb je nodig om te bereiken dat alle gemeentes beginnen met inzamelen, dat is punt een. Per 1 januari 2010 moet iedere gemeente huishoudelijk kunststof inzamelen. Dan weet je ongeveer hoeveel tonnages er beschikbaar zijn. Als de VAOP die kan bundelen, gaat de industrie wel aan het werk. Want anders doet de industrie in China het wel. En dat is nou precies waar het om gaat: de industrie in Europa ziet met lede ogen betere kwaliteiten mono stromen plastic wegvloeien naar China, terwijl zij dat ook graag zouden willen hebben. Dat hebben de afnemers zelf in de hand gewerkt door hun prijsdictaten. En dan zijn we weer waar we begonnen: de VAOP kan samen met de gemeenten die dictaten doorbreken en voorwaarden scheppen voor een betere marktwerking. Iedereen heeft daar baat bij.
|






