Glas en textiel: crisis laat zich gelden

 

Een krimp in de economie van ruim 4%, een verminderde export van ruim 2%. Relatieve getallen die uitdrukken dat de economie sinds de Tweede Wereldoorlog nog niet zo hard achteruit is gegaan als nu het geval is. De recessie begint zich nu duidelijk af te tekenen in de markt van herbruikbaar glas en textiel.

De consumptie neemt af, de werkloosheid loopt op. Mensen (nog) met werk maken zich zorgen en besteden minder, waardoor er nog meer druk is op de retail. Banken hebben het moeilijk, het aantal vakantieboekingen blijft fors achter, verzekeringen worden minder afgesloten en opgezegd, de verkoopcijfers van fysieke goederen als auto’s en elektronica blijven steken.

Minder afzet van producten in glas (wijn, groenten) of minder verkoop van kleding of huishoudelijk textiel en de industrie reageert met minder productie. Tegelijkertijd is het aanbod van herbruikbaar materiaal nog steeds van dusdanige omvang dat bewerkers alleen nog maar kunnen inkopen tegen sterk dalende prijzen.

Maltha en Van Tuijl in Nederland kondigen wederom prijsherzieningen aan omdat zij na bewerking van het verpakkingsglas de scherven nauwelijks kwijt kunnen en met grote voorraden zitten. Productielijnen van glasfabrieken sluiten wederom productiecapaciteit. Daar brengt zelfs een sterk krimpende kostprijs van grondstoffen en energie geen verandering in. Er is gewoonweg geen vraag.

Ook textielsorteerders worden geconfronteerd met een sterk dalende vraag. Belangrijke afzetlanden voor eersteklas textiel als Rusland, Hongarije en Polen hebben door devaluatie van hun munt en toenemende werkloosheid weinig te besteden. De export van naar Afrika en Azië stagneert eveneens. De gouden tijden van weleer zijn in deze branche definitief verleden tijd.

Bovendien maken charitatieve kledinginzamelaars gewag van gemeenten die steeds vaker een vergoeding vragen voor de inzameling van textiel. Vreemd is dat niet. Charitatieve inzamelaars worden namelijk zelf steeds commerciëler – zonder noodzakelijkerwijs afbreuk te doen aan hun ideële doelstelling – en overheden denken steeds vaker en dieper na over een sociaal-maatschappelijke besteding van dit geld dicht bij huis.

In dit licht is het overigens opmerkelijk dat in Nederland de technische ontwikkeling – en daarmee het geïnvesteerd (risico)vermogen – in de hergebruikketen toeneemt om uiteindelijk geld te genereren voor goede doelen. Ook dit leidt tot een grotere druk op cashflow.