Textielsorteerders zuchten onder schemerige handel

 

Na de eerste onderhandelingen van december 2008 met de verschillende textielafnemers is nu langzamerhand sprake van afronding van de prijsonderhandelingen tussen VAOP en haar afnemers. Ondanks de krimpende vraag naar o.a. poetslappen en garens en afnemend aandeel draagbare kleding zien de afnemers toch kans de inkoopwaarde te verhogen en betere prijzen te betalen.

Dit is overigens een wat ‘gekunstelde’ verhoging die vooral te maken heeft met de agressieve wijze waarop sommige inzamelaars markt kopen door vergoedingen te betalen naar hun opdrachtgevers die zich niet laten ‘rekenen’. Dit gebeurt onder andere onder het vaandel van charitatieve inzameling. De ingezamelde stroom verdwijnt doorgaans naar het buitenland, waar afnemers zeer hoge vergoedingen in het vooruitzicht stellen.

Het toezicht op de exportregels – of eigenlijk het ontbreken daarvan – maakt het mogelijk dat textiel zonder te zijn ontdaan van afval straffeloos de grens over gaat en meestentijds het illegale circuit in gaat. Illegaal in de zin dat zonder vergunning en afdracht van sociale lasten wordt gewerkt in vaak mensonterende omstandigheden. Bonafide sorteerders in Nederland met vaak hoge investeringen in mens en materieel moeten met lede ogen toezien hoe textiel markten opgaat waar niet mee te concurreren valt. Hiertoe genoodzaakt worden prijzen betaald om in ieder geval de kosten enigszins te kunnen dekken. Men hoopt op betere tijden en tijdig en consequent ingrijpen van handhavende instanties.

VAOP merkt dat de normale gezonde concurrentie verhoudingen ernstig verstoord raken en vreest dat de Nederlandse sorteerders het gelag betalen. Op termijn zal dit zich laten gelden door noodgedwongen bedrijfssluitingen. Het wordt in dat opzicht tijd dat de Nederlandse overheid doortastend en handhavend gaat optreden om een halt toe te roepen aan de export van textiel waarbij de EVOA-regels met voeten worden getreden.